1999: Manoelverblijf (ƒ 100.000,- / € 45.000,-)

Op 13 februari 1999 werd op ludieke wijze het verblijf van de manoels geopend. Na een welkomstwoordje door de heer Dorresteyn verscheen Ben Bothof, roofdierenverzorger, ten tonele. Hij verzorgde de eerste ‘vragen staat vrij’ bij de manoels. Gewapend met een bakje voer ‘om deze zeer schuwe dieren te lokken’ vertelde hij een en ander over deze prachtige dieren.

Ondanks verwoede pogingen van Ben lieten de manoels zich niet zien die dertiende februari. Vanwege alle sneeuwval begin februari was het verblijf nog niet gereed en verbleven de dieren nog in quarantaine. Na de onthulling van een foto van een manoel mochten de aanwezige Vrienden daarom zelf een kijkje nemen in het verblijf. Toen bleek hoe groot het verblijf is: er kunnen met gemak zo’n zestig Vrienden in!

De kooiconstructie is vanaf de Mongoolse steppe nauwelijks te zien. Daartoe zijn veel groenblijvende planten aangebracht, zoals zuurbes (Berberis), olijfwilg (Elaeagnus) en laurierkers (Prunus laurocerasus). Binnen in het verblijf zijn niet zoveel planten. De manoels leven per slot van rekening in een droog en dor steppegebied. Op de steppe groeien diverse stipa soorten. Dit zijn polvormende steppegrassen. De beplanting in een kattenverblijf heeft het altijd zwaar. Katten zetten door middel van urine geurvlaggen uit om hun territorium af te bakenen. Dat doen ze op vaste plaatsen, met als gevolg het bruin worden en afsterven van planten. Het heeft niet zoveel zin om een struik die beplast wordt te vervangen, want ook de nieuwe struik zal weer afsterven. Katten hebben ook vaste looproutes. De uitgesleten paadjes worden niet meer opnieuw ingeplant. Zo zijn de mensen van de botanische afdeling steeds op zoek naar manieren om een verblijf voor zowel de dieren als het publiek aantrekkelijk te maken.

De manoel is familie van de wilde kat en bewoont de steppegebieden in Azië. Gemeten van de neus tot het puntje van zijn staart kan het dier zo’n 60 cm lang worden. Hij heeft een gedrongen romp en korte poten. Net als bij huiskatten zijn de dieren goed uit elkaar te houden: de kater heeft een bredere kop dan de poes. Het zijn relatief stille katten, ze maken weinig geluid. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren en vogels. In Blijdorp worden zij gevoed met eendagskuikens, muizen, stukjes rood vlees en kippen. Vijanden hebben ze ook: wolven, beren, sneeuwluipaarden, grote roofvogels en natuurlijk de mens. Ze zijn zowel overdag als ’s nachts actief. In tegenstelling tot veel andere kleine katten vertonen manoels geen angst voor bezoekers of verzorgers.

De dichte, zachte vacht maakt dat hij in een ruw klimaat kan overleven. Het klimaat in Nederland kan voor deze dieren wel eens problemen opleveren. In het wild komt het dier voor op zo’n 4500 tot 5000 meter hoogte. Dat betekent dat de lucht er koud, maar ook droog is. In Nederland is het erg vochtig, en door hun dichte vacht kunnen de dieren last krijgen van schimmelinfecties. Het is dan ook erg belangrijk dat zij een aantal plaatsen in hun verblijf hebben waar ze echt droog kunnen zitten. In hun verblijf zijn er daarom een aantal nissen met warmtetegels in de vloer. Ook in hun binnenverblijven is vloerverwarming aangebracht.