2011: Wasberenverblijf (€ 75.000,-)

Zaterdag 25 juni 2011 werden door Blijdorp-directeur Marc Damen en Marcel Kreuger, voorzitter van de vereniging Vrienden van Blijdorp, onder veel belangstelling de wasberen in hun nieuwe verblijf losgelaten.

Het onderkomen voor de in totaal elf dieren is een geschenk van onze vereniging en vormt een onderdeel van het noordpoolgebied ‘Arctica’ in de Diergaarde.

De wasberen kwamen via Stichting AAP in de diergaarde terecht. Het gaat voor een deel om afgedankte huisdieren. De groep bestond – bij de opening van het verblijf – uit zeven mannetjes en vijf vrouwtjes. De mannetjes zijn gesteriliseerd; het is niet de bedoeling dat de dieren zich gaan voortplanten. Wel kunnen ze in Blijdorp een plezierig leven hebben.

De wasberen hebben hun intrek genomen in een oude goudzoekershut nabij een nagebouwde mijningang in een Noord-Amerikaanse omgeving.

In het Engels heet de wasbeer ‘raccoon’. Dit woord komt van ‘ahrah-koon-em’, de naam die het Indianenhoofd Powhatan en zijn dochter Pocahontas aan de wasbeer gaven. Het betekent ‘hij, die wrijft, boent en krabt met zijn handen’. Spaanse kolonisten namen de benaming ‘mapachitli’ over van de Azteken. Dit betekent zoveel als ‘hij, die alles met zijn handen pakt’.

De Nederlandse naam ‘wasbeer’ heeft betrekking op het onderdompelen, het ‘wassen’ van zijn eten, wat de wasbeer doet. Maar, de wasbeer wast zijn eten helemaal niet! Wat hij wel doet, is het voedsel ontdoen van oneetbare delen. Hij doet dit met de uiterst gevoelige kussens van zijn voorpoten. Het gevoel in de voorpoten wordt nog sterker onder water, omdat het water de eeltige laag op de poten verzacht. Zo lijkt het alsof het voedsel gewassen wordt. Het gedrag dat de wasbeer in gevangenschap laat zien, het werkelijk meenemen van voedsel naar water en het afspoelen, is in het wild nooit gezien.

De wasbeer is een echte omnivoor, hij eet van alles: fruit, noten, schaaldieren, insecten, eieren en nog veel meer. Als er veel voedsel is om uit te kiezen, heeft elke beer zo zijn eigen lievelingskostje.

Christopher Columbus was de eerste die schriftelijk verslag deed van de wasbeer. De wasbeer zou verwant zijn aan allerlei soorten dieren, zoals de hond, de kat en de beer. Linnaeus plaatste de wasbeer in de familie van de beren, eerst als de Ursus cauda elongata (beer met lange staart), later als de Ursus Lotor (wasbeer).

Er bestaan verschillende soorten wasberen. De kleinste soort vindt men in Zuid-Florida. De gewone wasbeer (Procyon lotor) is de meest algemene wasbeersoort en komt wijdverbreid en in groten getale in Noord-Amerika voor. De soort komt ook als exoot in Europa voor.

De wasbeer valt op door de zwarte vacht rond de ogen, wat hem een heus bandietenmasker geeft. Hij heeft een dikke staart met afwisselend lichte en donkere strepen. Men denkt dat wasberen elkaar makkelijk herkennen aan de tekening op de kop en de ringen op de staart. De rest van de vacht is grijs of bruin. Hij heeft een dikke ondervacht, die hem beschermt tegen de kou. Door zijn compacte lijf en korte poten rent een wasbeer niet snel en hij kan niet goed springen. Zwemmen kan hij wel goed. Hij brengt met gemak veel tijd in het water door.

Door op zijn achterpoten te staan, kan de wasbeer dingen onderzoeken met zijn voorpoten. Hij is een goede klimmer. Uit een boom klimmen doet hij met de kop eerst, wat opmerkelijk is voor een dier van zijn formaat. Dit lukt hem doordat hij zijn achterpoten kan draaien.

Wasberen doen veel op de tast. Hun voorpoten zijn ontzettend gevoelig, met name de kussentjes onder de poten. Ze kunnen zelfs dingen herkennen met hun poten zonder deze echt aan te raken, de trilling is voldoende.

Als de dagen lengen en het langer licht is, gaan man en vrouw wasbeer op zoek naar elkaar om te paren. Na een zwangerschap van zo’n vijf maanden, werpt het wijfje twee tot vijf jongen. De grootte van de worp varieert sterk. In gebieden met een hoog sterftecijfer is het aantal jongen per worp vaak groter. De jongen worden alleen door de moeder grootgebracht. De jongen zijn nog blind en doof als ze geboren worden. De tekening van het masker is al vaag zichtbaar. Moeder wasbeer leert de jongen voedsel te zoeken, te jagen en een geschikt hol te vinden. Als de jongen dit onder de knie hebben, gaan ze hun eigen weg. Dit is vaak al binnen het eerste levensjaar.

In de mythologie van de oorspronkelijke bewoners van Amerika spelen wasberen vaak een rol in verhalen. Hij wordt geroemd om zijn jaagtechnieken. In fabels speelt hij een soortgelijke rol als onze vos Reinaert, het dier dat de andere dieren te slim af is. De Azteken geloofden in de bovennatuurlijke krachten van de wasbeer. De toewijding van de moederbeer voor haar jongen werd vergeleken met die van de oude, wijze vrouwen in de stam. In de westerse cultuur zijn er verschillende kinderboeken geschreven over het leven met een wasbeer. Een voorbeeld is het boek van Sterling North, waarin hij vertelt hoe hij een wasbeerjong opvoedde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook zijn er allerlei tekenfilms waarin de wasbeer een grote rol speelt, zoals Over the Hedge en Pocahontas.

Wasberen leven het liefst in bosrijke gebieden. In deze gebieden vinden ze voldoende ontsnappingsmogelijkheden bij dreigend gevaar, de boom in! Vooral in Amerika en Canada leven veel wasberen. In 1934 werden twee paren beren uitgezet in Duitsland. In 1970 was het aantal vermeerderd tot 20.000 en nu wonen er tussen de 200.000 en 400.000 wasberen in Duitsland. Ook in Nederland worden ze soms gesignaleerd. Het grote aanpassingsvermogen van de wasbeer heeft ervoor gezorgd dat hij goed kan leven in stedelijk gebied. Hij vindt fruit en insecten in de tuinen en haalt etensresten uit afval van de mensen.

Ze slapen vaak in nabijgelegen bossen, maar een garage of zolder als slaapplaats vinden ze ook prima. De sterk ontwikkelde tast van de wasbeer maakt ze tot goede inbrekers. Ze hebben geen probleem om verschillende soorten sloten te openen met hun klauwen. Tijdens een onderzoek kregen ze ook andersom geplaatste sloten snel en gemakkelijk open. Bovendien kunnen ze tot een periode van wel drie jaar bepaalde oplossingen onthouden. Zo is een kippenhok voor een wasbeer letterlijk een eitje!