2010: Servalverblijf (€ 105.000,-)

Na afloop van de ALV van 10 april 2010 was het eindelijk zo ver: We konden het Servalverblijf opnenen. Daarmee kreeg de Savanne-biotoop in Diergaarde Blijdorp zijn definitieve invulling.

Hoe het begon

De plannen van Blijdorp voor de inrichting van het Savanne-biotoop dateren uit het begin van deze eeuw. Het Savanne-biotoop moest onderdeel van Afrika vormen. Uiteraard mochten zebra’s, giraffen en antilopen niet ontbreken, maar Blijdorp wilde ook een verblijf voor katachtigen van de savanne. Deze katachtige moest niet al te veel ruimte of ingewikkelde verblijven eisen, dus cheetahs en luipaarden vielen af. Nu had Blijdorp al de kleinere servals in de collectie. Dus de keus was snel gemaakt. Er zou, ongeveer op de plek van het oude verblijf, een nieuw verblijf voor de servals komen, gecombineerd met een verblijf voor de franjeapen. De Vrienden wilden deze plannen graag steunen en reserveerden in 2004 in totaal € 60.000 voor de bouwkosten van dit verblijf.

Eerste ontwerp

Nu de financiering rond was kon begonnen worden met het maken van de plannen. Al snel ontstond er een ontwerp waarin de binnenverblijven van zowel de servals als franjeapen de vorm van Afrikaanse hutjes kregen. Er zou een uitkijktoren gebouwd worden zodat de bezoeker vanaf die toren uitzicht zou hebben over het hele Afrika-continent in de Diergaarde. De afrastering zou zo worden weggewerkt dat het net zou lijken of het verblijf van de servals overloopt in de savanne met zebra’s en struisvogels.

Echter, dit stukje van de Diergaarde ligt net in het oorspronkelijke ontwerp van de dierentuin door architect Van Ravesteyn en behoort dus tot het beschermde gemeentemonument. Dit betekent dat elke aanpassing goedgekeurd moet worden door de welstands- en monumentencommissie van de gemeente. En daar lag nu net een probleem. In het Van Ravesteyn ontwerp had dit gedeelte van de tuin een open karakter met ruime dierenweides en geen gebouwen. Hoge, opvallende Afrikaanse hutten en een uitkijktoren pasten dus totaal niet in dit beeld en het ontwerp werd daarom afgekeurd.

Tweede ontwerp…..

Het ontwerpteam kon dus terug naar de tekentafel. In 2005 resulteerde dit in een aangepast ontwerp met veel glaswerk in het binnenverblijf. Door het gebruik van glas en de aanleg van een kunstmatige heuvel zou het gebouw minder zichtbaar zijn en zo meer passen in de lijn van het Van Ravesteyn ontwerp. Echter na berekening van de kosten van dit ontwerp bleek dit niet meer in het beschikbare budget te passen. Extra geld vrijmaken lag niet in de mogelijkheden. Dat betekende dus dat het ontwerpteam voor de derde keer aan de slag kon.

Drie maal is scheepsrecht!

In het derde en definitieve ontwerp is het binnenverblijf aan de zijde van de zebra-savanne aan het oog ontrokken door struiken en bomen. Hierdoor lijkt het groene en open karakter van het Van Ravesteyn ontwerp behouden. Aan de publiekskant heeft het binnenverblijf de uitstraling van een ‘kopje’: steenformaties bekend uit Zuid-Afrika. Bezoekers kunnen via ramen in het binnenverblijf kijken.

Tegen de tijd dat dit ontwerp gereed kwam, was het aanvragen van toestemming bij de welstands- en monumentencommissies nog iets ingewikkelder geworden. Het Van Ravensteyngedeelte van de tuin is sinds 2008 ook als rijksmonument erkend. Maar gelukkig waren in de loop van 2008 de benodigde vergunningen binnen en kon er gebouwd gaan worden.

De kosten waren door dit alles wel opgelopen tot € 105.000,- … Gelukkig waren de leden bereid om ook nu weer enthousiast bij te dragen.

Ruimte voor de servals

De vraag is nu of het definitieve ontwerp nog steeds voldoet aan het PVE (programma van eisen) zoals dat al in 2001 voor de servals is opgesteld. Gelukkig is dat voor het grootste deel het geval. Het grote binnenverblijf is iets kleiner dan oorspronkelijk gewenst, maar door de inrichting zullen de dieren vaker buiten kunnen zijn. Zolang er geen jongen zijn, kunnen het mannetje en vrouwtje prima bij elkaar zitten. Maar zodra er jongen geboren worden zal pa moeten verhuizen naar een apart binnen- en buitenverblijf waar hij niet zichtbaar is voor het publiek. Het vrouwtje met jongen blijft dan wel in zicht. Daarnaast is er ook nog een separatieruimte.

Het gedeelte voor de servals zal strikt gescheiden zijn van de franjeapen. Dus niet alleen de buitenverblijven, maar juist ook de binnenverblijven en verzorgersruimte. Ook de verzorging van de dieren zal strikt gescheiden worden tussen de roofdieren- en primatenpost. Dit is met name uit hygiënische overwegingen gedaan. Op deze manier kan er geen besmetting optreden tussen het rauwe vlees dat de servals krijgen en het plantaardige dieet van de franjeapen. Maar misschien komt het ook wel omdat apenverzorgers katachtigen vinden stinken en roofdierverzorgers apen maar smeerpoetsen vinden…