2008: IJsbeerverblijf (€ 1.200.000,-)

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Diergaarde Blijdorp maakten de Vrienden het mogelijk dat er weer ijsberen te zien zijn in Blijdorp. De leus van de Vrienden ‘kom over de brug, de ijsberen moeten terug’ heeft gewekt, want we hebben maar liefst 1,2 miljoen euro bijgedragen om aan een nieuw ijsberenverblijf.

Woensdag 2 juli om 18.30 uur gebeurde het. Bij de ingang ontstond een kleine opstopping. Wij als gulle gevers mochten over de rode loper. De twee butlers Admudsen & Admudsen namen dit wel heel letterlijk, ‘alle’ gasten werden over de nog opgerolde rode loper getild. Het duo zei wel gewend te zijn aan obstakels toen ze als ‘welbekende’ tweeling als 153ste de Noordpool bereikten.

We liepen warm voor Arctica, er zijn 871 bezoekers geteld, maar er waren er velen die al op de dag in de tuin waren. De schatting komt dus rond de 1000 Vrienden te liggen die de opening hebben bijgewoond. Op het plein was een kunstenaar van ‘ICE Carving’ bezig met beitels en kettingzaag. Uit een brok ijs van 1000 kg ontstond in razend tempo een heuse ijsbeer. Bijkomend probleem voor de kunstenaar was dat hij zo snel moest werken omdat het werk onder zijn handen al begon te smelten. Dit was natuurlijk een uitgekiende verbeelding van het broeikaseffect.

De butlertweeling Admudsen en Admudsen wees ons de weg naar de tijdelijke ingang van Arctica, wat straks de uitgang zal zijn. Het was nu nog afgeschermd met een doek, wat later als openingshandeling verwijderd zou worden. Het woord was aan voormalig Blijdorpdirecteur Ton Dorresteijn. Natuurlijk sprak hij over de vertragingen, want laten we eerlijk zijn, het verblijf was verre van af. Eén ijsbeer in plaats van drie, de rotsen waren nog niet klaar en de overige dieren konden er ook nog niet in. Gelukkig gaf Ton er geen uitleg voor. ‘Het is jammer, maar ik wil u geen slappe excuses voor de vertragingen voorschotelen,’zei hij.

In het midden van de publieksruimte heeft het kunstwerk van Ineke Roelfzema plaats gekregen, een ijsbeertje natuurlijk. Het beeldje is het symbolische geschenk van de Vrienden naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de Diergaarde.

In 2000 nam Diergaarde Blijdorp afscheid van de ijsberen Mien en Katrien. Het verblijf bij de brug over de vijver voldeed niet meer aan de eisen van deze tijd. Een nieuw ijsberenverblijf stond voorlopig in de ijskast omdat een dergelijk groot verblijf al snel miljoenen kost en met alle bouwplannen die al op stapel stonden was de geldkas simpelweg leeg. Het idee van een nieuw ijsberenverblijf bleef echter kriebelen bij een aantal mensen die al jaren verbonden zijn met Blijdorp: Ardaan Gerritsen (redacteur van Blijdorpblad), Bob Knieze (toenmalig projectleider van Blijdorp), Martin van Wees (assistent curator in Blijdorp), Hans Horsting (voormalig voorzitter Blijdorp) en Marcel Kreuger. Samen besloten ze in 2003 een zogenaamde ‘ijsberenduwgroep’ te vormen. Doel van deze duwgroep was het terugbrengen van de ijsberen in Diergaarde Blijdorp.

Eén van de voorwaarden bij de beslissing ijsberen terug te halen naar Blijdorp was dat er een verblijf moest komen dat helemaal voldoet aan de eisen van de ijsberen. De dieren moeten zich optimaal thuis kunnen voelen in hun verblijf en kunnen klimmen, rennen, springen, zwemmen, zoeken en graven. De ontwerpers van het ijsberenverblijf stonden dus voor een moeilijke taak. Maar met de jarenlange ervaring bij de ‘oude’ ijsbeerverzorgers, ideeën opgedaan in andere dierentuinen en de technische ervaring vanuit het Oceanium is er een verblijf gekomen waar elke ijsbeer jaloers op is.

Het verblijf bestaat uit twee delen: één voor een vrouwtje en één voor een mannetje. Alleen tijdens de paartijd worden de dieren bij elkaar gelaten, de rest van het jaar zitten ze apart. Het vrouwtje heeft de beschikking over een speciaal kraamhol in het binnenverblijf. Via een videocamerasysteem kunnen de verzorgers het vrouwtje van afstand in de gaten houden. Zelfs de dienstweg achter dit binnenverblijf wordt afgesloten tijdens de winterrust van het zwangere vrouwtje zodat zij de absolute rust krijgt die nodig is om de zwangerschap en geboorte van het kleintje tot een goed einde te brengen.

Beide verblijven hebben een ruim waterbassin. Het water hiervoor komt uit het Oceanium. Voor degene die dit nog niet weten: Blijdorp heeft een eigen ‘waterschip’ dat vers oceaanwater aanvoert voor het Oceanium. Dit water wordt eerst gebruikt voor de aquaria van de levende koralen en koraalvissen, dieren die de hoogste eisen stellen aan de kwaliteit van het water. Het ‘vuile’ water uit deze aquaria wordt gefilterd en gebruikt in de aquaria voor dieren die wat minder selectief zijn zoals de zeeleeuwen, de zeeotters en de ijsberen.

IJsberen vervelen zich snel. Verzorgers zullen dus veel tijd moeten steken in het bezig houden van de dieren. Bij het plannen van de werkzaamheden is er rekening mee gehouden dat de verzorgers dagelijks één uur van hun werktijd besteden aan gedragsverrijking, naast de dagelijkse verzorging. De makkelijkste manier van gedragsverrijking is zorgen dat de dieren veel tijd kwijt zijn aan het zoeken van voedsel. Als basisvoer voor de ijsberen wordt daarom een soort hondenbrok gegeven dat òf met de hand òf met een apparaat door het hele verblijf wordt gestrooid. Daarnaast krijgen de dieren meerdere keren per dag vis, vlees, groente of fruit waarbij in de winter de nadruk ligt op vetrijk voedsel en in de zomer meer fruit wordt gegeven, een voedingspatroon dat lijkt op dat van ijsberen in de vrije natuur. Uiteraard geeft ook het verblijf zelf de nodige uitdaging. Naast het klimmen en klauteren op en versjouwen van rotsen en boomstronken kunnen de ijsberen zich ook uitleven in het water.

Een ander geslaagd element is de illusie van weidsheid die het verblijf schept. IJsberen leven van nature op uitgestrekte vlakten, hetzij ijs hetzij toendra. Een ijsvlakte is niet na te bouwen. Dat wordt al snel kitscherig. Daarom koos Blijdorp voor de toendra. Door de helling van het landgedeelte en het lage standpunt van het publiek ‘binnen’ lijkt het net alsof het verblijf eindeloos is. Achter de laatste rotsen zie je allen nog lucht.