2001: Okapiverblijf (ƒ 100.000,- / € 45.000,-)

Ten behoeve van de ontwikkeling van het continent Afrika in Blijdorp werd in 2000 de ruimte rondom het oude giraffenhuis opnieuw ingericht. De oude hokken maakten plaats voor een ruim perk voor okapi’s en penseelzwijnen. Het nieuwe biotoop kreeg de naam ‘Ituri-woud’, genoemd naar het gelijknamige gebied in Congo, waar de okapi’s vandaan komen. Er zijn meerdere verblijven voor okapi’s, zodat de dieren gescheiden van elkaar kunnen worden gehuisvest.

Op 28 april 2001, na afloop van de ALV, hebben de Vrienden het nieuwe verlijf officieel overgedragen aan Blijdorp.

Er is heel weinig bekend over okapi’s in de vrije natuur. Dat heeft te maken met het feit dat ze in de ondoordringbare oerwouden van Congo leven. Aan het eind van de vorige eeuw waren er nogal wat ontdekkingsreizigers die dwars door Afrika trokken.

Één van hen was een zekere “Stanley” (die een paar jaar eerder de historische woorden “Livingstone, I presume” gesproken had) en hij ontmoette bij de rivier de Kongo de pygmeeën. Zij vertelden hem over een soort paarden, die ze in de bossen met valkuilen vingen.

De gouverneur van het nabijgelegen Uganda, Sir Johnston, stelde vervolgens een expeditie in en stuurde enkele delen van de huid naar London. Daar werden ze beschreven als een nieuw soort paard, dat de wetenschappelijke naam Equus johnstoni (“paard van Johnston”) kreeg.

Een paar jaar later kwam men ook in het bezit van een schedel en uit de bouw van de schedel bleek duidelijk, dat dit dier meer overeenkomsten met een giraffe vertoonde en helemaal geen paard was. De pygmeeën noemden het dier “okhapi” en besloten werd de familie der giraffen te verdelen in twee onderfamilies: de giraffen en de okapi’s.

De giraffen en de okapi’s zijn in Blijdorp niet meer naast elkaar gehuisvest, maar als u de koppen van beide diersoorten vergelijkt, zult ook u meteen de overeenkomsten zien: de langwerpige vorm en de twee hoorntjes van de mannetjes. Ook de oren hebben dezelfde vorm en beide soorten zijn in het bezit van een tong die wel 40 centimeter lang kan zijn.

Na de ontdekking van de okapi wilden veel dierentuinen deze soort in de collectie opnemen en er werd een vangstation geopend, eerst in Stanleyville, later in Epulu. Hier werden gevangen okapi’s voorbereid op de lange reis naar Europa en Amerika. Okapi’s bleken extreem gevoelige dieren te zijn, die helemaal niet tegen parasieten kunnen. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen overleefden verreweg de meeste dieren het lange transport niet. Pas in 1918 bereikte de eerste okapi levend Europa.

Diergaarde Blijdorp vervult een voortrekkersrol bij de fokken van okapi’s. In 1957 kreeg Blijdorp een koppel okapi’s uit het vangstation in Epulu, het mannetje Dinota en het vrouwtje Mambuti. Blijdorp was de derde dierentuin in Europa waar, in 1960, een okapi ter wereld kwam. De “Rotterdamse” Dinota en Mambuti vormden een vruchtbaar stel, want zij kregen tot de dood van Dinota in 1971 samen liefst zeven jongen. Daarmee vormden zij de basis van de huidige groep okapi’s in Blijdorp.

Het stamboek wordt beheerd door de dierentuin in Antwerpen. Niet verwonderlijk gezien het feit dat Congo een voormalige Belgische kolonie is.

In Europese en Amerikaanse dierentuinen samen leven nog geen honderd okapi’s en dit aantal stijgt niet of nauwelijks. Het sterftecijfer bij de jongen is hoog. Volgens de verzorgers is dit te wijten aan de extreme gevoeligheid voor parasieten. De uitwerpselen van de okapi?s worden daarom meerdere malen per dag verwijderd.

Afgezien van de strenge hygiënische maatregelen is de verzorging van okapi’s niet echt een groot probleem. De voeding is vrij eenvoudig en bestaat uit lucernehooi en verse takken. Daarnaast krijgen ze wat krachtvoer en fruit.