1993: Amoerpanterverblijf (ƒ 300.000,- /€ 135.000,-)

Nadat de Vrienden ƒ 300.000,- gespaard hadden voor het nieuwe verblijf van de amoerpanters werd in maart 1992 de eerste paal geslagen. Na de Algemene Ledenvergadering van de Vrienden op 24 april 1993 volgde de feestelijke opening.

Pikant detail: Om te voorkomen dat de van nature schuwe panters teveel zouden schrikken van de openingshandeling werd vooraf proefgedraaid. Dat was een succes. Het hele verblijf werd uitgebreid verkend. Toen de Vrienden de 24e april het verblijf officieel wilden openen lieten de panters zich niet meer zien. Ze vertikten om ook maar één voet buiten het nachtverblijf te zeten! Bij wijze van uitzondering mochten de aanwezige Vrienden vervolgens in groepjes de normaal niet voor bezokers toegankelijke binnenverblijven bezoeken.

Het verblijf voldoet nog steeds. Bij het ontwerp van het verblijf heeft men zoveel mogelijk rekening gehouden met het natuurlijke gedrag van de dieren. Ze leven solitair en dulden alleen tijdens de paartijd een partner in het territorium. Er zijn dan ook twee buitenverblijven waarvan alleen het grootste voor het publiek is te zien. De binnenverblijven zijn in zes afzonderlijke ruimtes te verdelen, zodat de dieren ook daar alle rust kunnen krijgen.

In de loop van de tijd zijn een paar kleine wijzigingen aangebracht. De beplanting bleek niet bestand tegen de ruige amoerpanters en is vervangen. De dieren vinden het namelijk heerlijk de nagels in hout te zetten en alles met hun urine te markeren. Bovendien viel de zichtbaarheid van de dieren af en toe wat tegen. Bij warmer weer lagen ze achterin bij de rotsen in de schaduw. Met het aanleggen van beschaduwde ligplekken in zicht van het publiek en het aanpassen van de wandelroutes staan de bezoekers nu regelmatig oog in oog met deze fantastische roofdieren.

De amoerpanters krijgen zo’n 5 kg vlees en pens per dag. Als dat in één groot stuk wordt aangeboden, slepen de dieren dat naar een ligplek. Daar blijven ze dan rustig de hele dag liggen knabbelen, met een beetje pech uit zicht van het publiek. Door meerdere keren per dag kleinere stukken vlees te geven, blijven de dieren actief.

Het is maar de vraag of we de amoerpanter nog voor uitsterven kunnen behoeden. Circa 30 dierentuinen doen internationaal hun best om een genetisch gezonde reservepopulatie op te bouwen. Verder wordt geïnvesteerd (ook door Blijdorp via het Berhardinefonds) om parkwachters te betalen en boeren te compenseren voor vee dat door de panters is gedood. Zonder een beschermd leefgebied voor amoerpanters valt er in de toekomst immers weinig te herintroduceren. Ondertussen neemt de druk op de laatste wilde amoerpanters toe. Verdere ontbossing, stroperij (Chinese traditionele medicijnen + vacht) en het ontbreken van voldoende prooidieren, drijven de katten in het nauw. DNA-onderzoek bij wilde amoerpanters toont bovendien aan dat er maar weinig genetische diversiteit is.

Ook vanuit de dierentuinwereld is weinig positiefs te melden. Dankzij nieuwe DNA-technieken heeft men ontdekt dat praktisch alle amoerpanters in dierentuinen genetisch niet raszuiver zijn. Ze blijken door kruising besmet met genen van de Chinese ondersoort die het meest op de Amoerpanter lijkt. De oorzaak ligt vooral bij één succesvolle fokman, Yarka. Dit productieve dier kwam eind jaren zestig uit China en vertoonde alle uiterlijke kenmerken van de amoerpanters (gedrongen bouw, dikke wintervacht). Van de 224 Europese amoerpanters (stand 2007) blijven er maar 30 over die hooguit 10% van de genen van Yarka bij zich dragen.

Om die reden werden enkele jaren gelden raszuivere panters uit een Noord-Koreaanse dierentuin naar Europa gehaald.

Blijdorp heeft raszuivere amoerpanters, maar de dieren kunnen elkaar niet luchten of zien. Op dit moment (2010) wordt dan ook krampachtig geprobeerd om via kunstmatige inseminatie tot jonge amoerpanters te komen.