1987: Olifantenstal Ramon (ƒ 200.000,- /€ 90.000,-)

In 1975 kocht Blijdorp (dankzij een bijdrage van de Vrienden) de jonge olifantenkoe Irma van de Zoo in Kopenhagen. Zij kon het bulletje Ramon gezelschap houden die in 1971 uit Hannover was gekomen. De beide olifantenkleuters zorgden in de jaren ’70 voor veel leven op het olifantenperk.

Beiden groeiden echter op tot volwassen dieren. In 1984 kwam hun dochter Bernhardine ter wereld. Een unicum, want Bernhardine was de eerste olifant ter wereld die in een dierentuin geboren werd met ouders die allebei ook in een dierentuin ter wereld kwamen.

Ramon begon echter, zoals het een olifantenbul betaamt, meer kuren te vertonen. Hij werd steeds onbetrouwbaarder voor de verzorgers. Het werd duidelijk dat Ramon een eigen stal nodig had, zodat hij gescheiden van de kudde kon leven en de verzorgers niet telkens bij hem in de stal hoefden te gaan .

Het bouwen van een dergelijke stevige stal is niet goedkoop. Blijdorp klopte daarom in 1984 aan bij de Vrienden. Dat resulteerde in de actie ‘Een ton voor Ramon’. De 100.00 gulden kon snel worden toegezegd.

Gaandeweg bleek echter dat een echt goede verbouwing circa 400.00 gulden zou gaan kosten. Daarmee kon ook de toegangsdeur naar het buitenperk worden vergroot. Ook werd een afneembare lichtkoepel aangebracht. Hierdoor kon niet alleen daglicht in de nieuwe stal doordringen, maar kon ook eenvoudig een takel naar binnen gelaten worden om Ramon -bij een zoveelste tandoperatie- op zijn goede zijde te keren. Verder kon zijn oude stal worden omgebouwd tot logeerkamer voor de damesolifanten die de vader van Bernhardine kwamen bezoeken in de hoop zwanger huiswaarts te keren.

Dus kwam er een actie ‘Nog een ton voor Ramon’. De rest van de kosten nam Blijdorp voor haar rekening, daarbij geholpen door een actie onder de bezoekers. In juli 1986 kon Ramon zijn nieuwe stal betrekken. De aanpassing aan zijn nieuwe verblijf verliep echter niet voorspoedig. Al na een paar dagen maakte hij korte metten met het uitgekiende elektrische mechanisme waarmee de deuren werden bediend. Uiteindelijk kon de stal pas na de ALV van 1987 definitief worden geopend.

Ook na zijn dood is Ramon met Rotterdam verbonden gebleven. Zijn skelet staat in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.